• Baggerman

    Ik kan iedereen aanraden ooit eens in het verzameld werk van Willem Elsschot te bladeren. Hier volgt een korte bespreking en een gedicht dat voor Big Buys relevant mag worden genoemd. Big Buys die het werk van Willem Elsschot, in het ware leven toch ook een soort handelsingenieur, nog meer dan wie ook zou moeten kunnen apprecieren (de mercantiele sfeer is nooit ver weg: spannende Verhaelen van Boeckhoudinghe ende Belastdinghontduyckinghe!).

    Een paar jaar terug toen ik in Leuven studeerde en alles nog goed was ;) , heb ik in de Slegte een omnibus van Willem Elsschot gekocht. Ik heb dan Villa des Roses en Lijmen/Het Been gelezen, het boek dan in het rek gezet en nooit meer aangeraakt. Op zoek naar iets om mij tijdens de lange metroritten bezig te houden heb ik het boek dan in Hamburg weer ontdekt, in een ander boekenrek (Ikea).
    De andere en minder bekende verhalen uit de omnibus (Of hebben jullie al gehoord van ‘Tsjip’, ‘Het Dwaallicht’ of ‘Het Tankschip’?) zijn ook iets minder interessant. Het gevoel dat overweegt is dat een sympathieke gepensioneerde man zijn hart wil luchten, maar natuurlijk wel een gepensioneerde met een talent voor het vertellen van goede verhalen. Het leest dus wel vlot en blijft bijna voortdurend boeiend. Voor Vlaamsche literatuur die meer dan een halve eeuw oud is, is dat waarschijnlijk al een zeldzame prestatie. Bovendien is ‘em van ‘t stad.
    Interessanter waren de gedichten van Elsschot, behalve ‘Het Huwelijk’ ook allemaal nieuw voor mij. Daar zaten nog enkele goede stukken tussen. Af en toe nogal bitter (‘Tot Den Arme’), maar volgens mij meestal zonder in sentimentaliteit, ofte emo-nezz, te vervallen.

    Het volgende gedicht verleent ons een blik op een tijd toen baggeren nog niets voor high potentials was. Ik herhaal nog even : No Offense, Big Buys :) . Vergeeft mij, erven Alfons De Ridder.

    De Baggerman

    Vergeef het mij, maar ‘k durf u niet genaken,
    daar mijn gelaat nog glimt van ‘t laatst ontbijt,
    en gij misschien reeds uren bezig zijt
    uw duizendvierde slootje schoon te maken.

    Ik groet met diep ontzag uw aardse banden:
    uw krommen rug en moedelozen baard,
    waarlangs de regen naar beneden vaart,
    uw dunne benen en uw grote handen.

    De koeien staken af en toe het grazen
    om op te zien met sluwe koppigheid
    en luid te loeien dat ge een luiaard zijt,
    wanneer gij rust om even uit te blazen.

    Die stomme beesten zouden u verklikken,
    pas op uw tellen dus en schep maar raak.
    Vertrouw ook niet de raaf, dien zwarten snaak,
    die in uw slijk de wormen op komt pikken.

    Het is des Heren wil of ‘t zou niet wezen.
    En trouwens, man, het slijk moet uit de sloot.
    Wees dus maar stil, gij zijt toch spoedig dood:
    als gij in ‘t water kijkt dan kunt gij ‘t lezen.

    Rotterdam 1908

    1 reactie bij “Baggerman”

    1. Big Buys - 08:39 zegt augustus 20th, 2008 - #

      Het gedicht hangt op op de werf.

    Maak een gepaste opmerking