• Smokesalot P.I. #3

    Erna hoorde vermolmd gekraak op de verdieping. Het dreigende geluid van buigend hout deed haar elke morgen inkrimpen, soms zelfs bij het maken van de koffie waarvan ze zélf de bonen maalde. Dat dat geschiedde door middel van haar tanden, nam Herman haar niet kwalijk, dacht ze. Misschien had Herman het zelfs niet door, en daarin had ze gelijk: tijdens het golfen had hij bijwijze indruk te maken op rechercheur Garland, die ongeïnteresseerd haar mascara bijwerkte in haar Iron-9, zestien golfballen in zijn mond gestopt. Één ervan was blijven steken onder zijn tong (wat hem bij de rest van zijn collega’s de bijnaam “Ballenjongen” had opgeleverd) waardoor een operatie nodig was. Een ongelukkige opeenvolging van feiten met als klap op de vuurpijl een mislukte operatie waardoor alles voor Herman nu smaakte zoals het eten dat bij hem thuis op tafel kwam: Tofu. Vegetarisch was hij er niet van geworden, hij had alleen een beetje de neiging inleidingen nodeloos te rekken.

    Statig kwam Herman van de robuuste trap gelopen. Elke trede deed de trap krimpen en kraken, en de kamerjas die hij aan had was slecht gesloten en wapperde nonchalant rond zijn allerminst compacte toges. “Vandaag, mijn liefste eega, is een dag van vrijheid. Geen slavernij vandaag, oh nee. Geen gehaast, geen regenjas, geen stroompjes zweet die zich verzamelen in een watervalletje, niets!”
    Erna keek hem met een schuin oog aan. Ze vroeg zich af of dat inderdaad een kamerjas was die er vreemd genoeg volledig uitzag als een regenjas. “Dat is goed, Herr_eke,” repliceerde Erna poeslief. Ze zette zijn kop koffie voor zijn bord waar een stapel boterhammen verzameld waren. “Een goed ontbijt,” vervolgde Herman “is het begin van een mooie dag!”. Spijtig genoeg kwam dat laatste er niet goed uit, want Herman struikelde over zijn kamerjas annex regenjas en kwam onzacht tegen de tafel terecht. “Goed zo. Weer een tegenslag minder”. Erna vond dat hij beter kon stoppen met lullen. “Je kan beter stoppen met lullen”, mompelde Erna, maar Herman hoorde haar niet. Roestvrij metalen oorschelpen.
    De toprechercheur werkte zich moeizaam door de stapel brood. Na zijn obligate sigaret leunde hij voldaan op zijn achterpoten. Een doffe plof schrikte enige seconden later de kat van de buren wakker.

    De schoone ochtend verging in een tanende namiddag en de zon wierp zijn stralen licht concentrisch de kamer rond. Herman kwam weer tot bewustzijn toen het felle licht recht in zijn doffe ogen stond. Hij hoorde een ver gerinkel en riep naar Erna. Die was echter traditioneel gaan Bridgen, dus moest Herman zich zelf naar de hoorn slepen en zijn naam wauwelen.
    Herman’s ogen vernauwen meteen tot minieme spleetjes. Die stem herkende hij direct: hoofdinspecteur Bassie. Misschien was het de scherpte van de stem, de strenge toon of de sporadische toetertjes tussen de zinnen door, maar Herman wist meteen hoe laat het was. Correctie: Herman wist meteen hoe laat het was na op zijn klok gekeken te hebben. Het was halfvier, en er was weer iets gebeurd. En zoals altijd in de rechercheursbusiness: wie het eerst op de plaats van het misdrijf komt, mag het eerst met het lijk spelen.

    Een halfuurtje later stond de bekende Ford Scorpio op een gehandicaptenplaats nabij de overvallen winkel. Door de vele verwondingen mocht Herman niet alleen overal parkeren waar hij maar wou, hij mocht ook gratis met de bus rijden, voorgaan in erotheken en elastiekjes verzamelen. Maar dat was niet aan Herman besteed, nee, die nam zijn werk serieus.
    Binnen de winkel stonden rechercheurs Garland en Presley rustig met elkaar te keuvelen. Smokesalot beende zich een weg door de rommel die op de grond lag en stapte naar zijn collega’s toe. Hij duwde zijn badge onder de neus van een agent en vroeg wat er hier godverdomme aan de hand was. Rechercheur Garland zette haar mok koffie neer en informeerde Herman. Na drie kwartier, zestien A4’tjes en een verduidelijkende reconstructie die onder andere een leeg potje danone fruix en een opblaasbare miniatuurversie van de Toren van Pisa had Herman door wat er gebeurd was. Hommesaajt.
    Hij bekeek het lijk -dat al bewerkt was met lipstick, tipp-ex en bierflesjes, ze waren hem voorgeweest, de smeerlappen- en de plas bloed die errond lag. De paraplu in zijn neusgaten probeerde hij nog te negeren, maar toen hij de tientallen voetafdrukken in de plas zag werd hij argwanend. “De overledene,” kraaide Herman “Heeft hier nog staan lanterfanten. En dat met verschillende schoenen: dit was duidelijk een gek!”. Garland schraapte haar Keel. “Dat waren agenten die nog snel zesentachtig blikjes stella gingen halen, Rechercheur Smokesalot!”
    De ogen van Herman werden weer fijn. Ze staarden eerst naar het bovenste rek van de dag- en weekbladen en een kwartier later naar een ongeijkt punt tegen de muur. “Smeerlappen. Wedden dat die neger daar er iets mee te maken heeft..”

    Zal er in de volgende Smokesalot wél iets gebeuren? Gebruikt Garland wel écht biologisch afbreekbare potloden? Heeft die neger er misschien tóch iets mee te maken? En vooral: WIE is Olivier de Winter??!1

    4 reacties bij “Smokesalot P.I. #3”

    1. Big Buys - 08:18 zegt January 26th, 2006 - #

      Sterk en aangenaam om te lezen, zoals altijd.

      Om American Dad even te citeren:
      -“Did you see them?”
      -“Who?”
      -“The blacks who did this.”

    2. ShizzleB - 21:12 zegt January 26th, 2006 - #

      Echt de max. Paar keer serieus moeten lachen… ik wacht op de volgende!

    3. Ice T - 18:29 zegt January 27th, 2006 - #

      Big Up. Wanneer komt de luxe Smokesalot verzamelbox met DVD?

      Over 86 blikjes Stella gesproken, wanneer maken we concrete afspraken voor da zee?

    4. Notorious W.I.M. - 01:40 zegt January 28th, 2006 - #

      Best eens samenkomen volgend weekend, nietwaar.

    Maak een gepaste opmerking